How to build digitally accessible products as app developers

Volledig toegankelijk voor iedereen wordt een product, digitaal of fysiek, nooit. Daarvoor zijn mensen, hun behoeften en (on)mogelijkheden te divers. Wat voor de een goed werkt, werkt voor de ander weer niet. Het meest effectieve dat wij als ontwikkelaar kunnen doen, is ervoor zorgen dat onze digitale producten door zoveel mogelijk mensen te gebruiken zijn. Dit begint bij een inclusieve mindset: hoe kunnen wij onze producten zo bouwen dat ze op veel verschillende manieren, en door veel verschillende mensen, gebruikt kunnen worden?

In de praktijk

Bij Coffee IT hebben we verschillende klanten die digitale diensten ontwikkelen binnen sectoren als onderwijs, zorg of onderzoek. Dit maakt het werk van onze klanten en van ons van maatschappelijk belang. In de praktijk betekent dit dat de producten door alle soorten mensen in onze maatschappij toegankelijk moeten zijn. Dit vraagt om extra aandacht tijdens zowel het design- als het developmentproces, omdat de doelgroep eindgebruikers een stuk groter is.

Een van de oplossingen hiervoor is om in de basis van het proces al te ontwerpen voor kleinere groepen mensen met permanente of tijdelijke beperkingen. Vaak blijkt dat oplossingen die goed werken voor een kleine groep, ook een betere gebruikerservaring bieden voor de meerderheid. Een eenvoudig voorbeeld hiervan is contrast: door de tekstkleuren op je scherm af te stemmen op mensen die door slecht zicht baat hebben bij hoog contrast, kunnen ook mensen met goed zicht de tekst beter lezen wanneer de felle zon het scherm minder goed zichtbaar maakt. Dit zelfde principe kan je doortrekken voor mensen die maar één arm kunnen gebruiken, slechthorend zijn of de taal niet spreken.

Om ontwikkelaars hierbij te helpen, heeft het World Wide Web Consortium (W3C) een lijst met richtlijnen opgesteld die de toegankelijkheid verhogen: de Web Content Accessibility Guidelines, vaak afgekort tot WCAG 2.1 of WCAG 2.2, afhankelijk van de versie. Op dit moment zijn de WCAG 2.1-richtlijnen binnen de EU de norm om toegankelijkheid te waarborgen. Omdat WCAG 2.2 een uitbreiding is van 2.1, hanteren wij deze als basis voor onze analyses.

Het begint bij design

Door richtlijnen van het W3C al tijdens het designproces in acht te nemen, kunnen we efficiënt de juiste ontwerpkeuzes maken. Maar richtlijnen vertellen nooit het hele verhaal. Tijdens de designfase kijken we ook kritisch naar de functies die we ontwerpen. Zijn deze, los van hoe ze eruitzien, goed te begrijpen voor gebruikers? Stellen we realistische eisen aan wat een app moet kunnen? Of maken we het geheel onnodig complex? Dit zijn gesprekken die we samen met onze klanten voeren en die de basis vormen van een toegankelijke dienst.

Wanneer we vervolgens een goed beeld hebben van de functies van een app, kunnen we slimme keuzes maken die de toegankelijkheid van het systeem verhogen. Enkele voorbeelden zijn:

  • Hoog contrast voor tekst, afbeeldingen en interactieve elementen (zoals knoppen en links) ten opzichte van de achtergrond, zodat iedereen alles kan lezen en gebruiken.
  • Geen automatisch bewegende elementen in de app ontwerpen, zoals een bewegende fotocarrousel, want dit kan erg afleidend werken voor mensen met cognitieve beperkingen.
  • Interacties die van de gebruiker vragen om ergens overheen te swipen met hun vinger, ook voorzien van knoppen waarop geklikt kan worden om dezelfde interactie uit te voeren. Dit zorgt ervoor dat mensen die niet in staat zijn om te swipen, bijvoorbeeld omdat ze een screenreader gebruiken, op dezelfde manier het systeem kunnen gebruiken.

In development

In de WCAG-richtlijnen maakt het W3C onderscheid in drie niveaus van toegankelijkheid. Het laagste niveau is niveau A, gevolgd door niveau AA en niveau AAA. In de praktijk zeggen deze niveaus iets over de striktheid van de richtlijn. Voor de EU-normen moeten wij ons houden aan de A- en AA-niveaus. Enkele voorbeelden van hoe wij deze richtlijnen tijdens de development toepassen zijn:

  • Alle afbeeldingen, iconen en interactieve elementen worden voorzien van alt-teksten, zodat slechtziende mensen die assistive technologie gebruiken (zoals een screenreader) alle informatie meekrijgen.
  • Teksten moeten volledig schaalbaar blijven zonder dat er iets van de visuele content verloren gaat, tot wel 200% vergroting, zodat slechtziende mensen de app altijd kunnen gebruiken. Dit geldt voor zowel verticale als horizontale oriëntatie.
  • Er moet een logische en betekenisvolle volgorde gedefinieerd worden voor de content, zodat screenreaders op dezelfde manier door de app kunnen navigeren zoals mensen dat doen.

Wat hebben we geleerd?

Digitale toegankelijkheid blijft altijd mensenwerk en vraagt om afwegingen. Een set aan richtlijnen is een solide basis die wij toepassen, maar echt kijken naar de dienst, de doelgroep en de context waarin deze samenkomen zorgt dat je de beste keuzes kan maken. Dit stopt ook niet nadat een app live staat. Zo gaan wij het liefst met onze doelgroep in gesprek door middel van gebruikersonderzoek, zodat we het product en de mensen die het gebruiken nog beter leren kennen.

Arthur Aarts

October 8, 2026

Gerelateerde blogs